Uit een vorig leven…
Uitgeteld laat ik me in de zitting zakken. De stoel is meer design dan comfortabel, maar op dit moment toch een hemels geschenk. De pijn in mijn voeten is niet te harden. Elke dag op de stand is een beproeving en na een drukke beursdag is het diner in de late avond altijd weer een hoogtepunt.
Het complete verkoopteam, bestaande uit zes vrouwen en ik, is aanwezig. Iedereen heeft honger als een paard en behoefte aan alcohol. De menukaarten worden uitgedeeld. Het rumoer aan tafel verstomd. Waren we net nog de luidruchtigste tafel in het restaurant, nu lijken we een brave kleuterklas, verdiept in een prentenboekje.
Het kost me moeite een keuze te maken. Bij alles wat is lees loopt het water me in de mond. Ik besluit pas te kiezen op het moment dat de ober het vraagt. Mijn collega’s bespreken gerecht voor gerecht in detail met elkaar en wegen alle voors en tegens uitgebreid af. Ik gebaar naar een ober of we alvast wat stokbrood kunnen krijgen, want ik voel me slap van de honger. Ik bestel ook alvast een biertje en een flesje rood en wit.
Twee mandjes stokbrood en drie bier later zijn we zover. Een serveerster staat klaar om de bestelling op te nemen. De inhoud van de menukaart kan ik me niet meer voor de geest halen, maar dat is niet erg, want mijn collega’s gaan eerst nog bestellen. Ik weet al wat er komen gaat, het is elke avond hetzelfde liedje. Met plaatsvervangende schaamte hoor ik het aan.
‘Mag ik de kippendijtjes, maar dan met frietjes in plaats van gebakken aardappeltjes. En de pindasaus wil ik niet. Ik wil graag de chiliroomsaus van de zalmpasta. Maar dan zonder room. En vooraf de carpaccio, maar dan met de dressing van truffelolie die bij de oesterzwammen hoort.’
De serveerster fronst even haar wenkbrauwen. ‘Dus u wilt wel chilisaus, maar zonder de room. Bent u lactose intolerant misschien, dan kan ik dat aan de keuken doorgeven.’
‘Nee hoor, lijkt me gewoon lekkerder zonder room.’ Carola leunt tevreden achterover. Dat was pas collega nummer één.
De houding van de serveerster wordt ongemakkelijk. Schaamteloos husselen we de complete menukaart door elkaar. De quinoa van de maaltijdsalade wordt verplaatst naar de zalm met kerstomaatjes. Marloes keurt de daar eigenlijk bij behorende romige citroen dille saus met een vies gezicht af en vervangt deze door de hollandaisesaus van de kabeljauw. Fleur gaat voor een vleeshoofdgerecht, tournedos medaillons, de gebakken aardappeltjes hoeft ze vanzelfsprekend niet – ‘doe maar iets van couscous of zo als je dat hebt’ – en de saus mag helemaal wegblijven.
Het hoogtepunt van de bestelling komt op naam van Ria: ‘Doe mij maar de surf & turf, maar dan zonder vis en zo, dat lust ik niet.’
‘Dan kunt u beter de ossenhaas apart kiezen, met een saus naar keuze natuurlijk,’ probeert de serveerster nog. Kansloos. Ria kijkt haar aan alsof ze zojuist het verzoek heeft gekregen naakt op tafel te gaan dansen.
Een kleine maar zeer gênante twintig minuten later is het mijn beurt. Ik houd het simpel en snel, open de kaart en bestel de eerste gerechten die ik zie, gebakken scampi’s vooraf en entrecote van kalf als hoofd. ‘Kom voor de nagerechten straks maar terug,’ zeg ik tegen de serveerster.
Ze kijkt me opgelucht aan en richt zich dan aan de anderen aan tafel. ‘Ik zal het zo aan de keuken doorgeven, hopelijk is alles mogelijk, zo niet dan kom ik bij jullie terug.’
Het getuigt van lef om onze wensen aan de chef-kok door te geven. Zijn kennis, opgedaan in een langdurig proces van opleidingen en stages in keukens van gerenommeerde restaurants, heeft geleid tot een menukaart met de mooiste gerechten, combinaties van krachtige en subtiele smaken, fijne en grove structuren, traditionele en meer gewaagde ingrediënten. Voor elk wat wils maar toch gedurfd, op die manier is zijn restaurant groot geworden en al jarenlang, zonder onderbreking, mateloos populair.
Tot vanavond, tot wij zijn etablissement binnentraden. De vernietigende ontkenning van zijn vakmanschap, samengevat op een bestelbon, doet pijn. Ik voel zijn woede, hoe hij met pannen en bestek smijt en zijn hakmes nog eens extra langs de messenslijper haalt. We mogen van geluk spreken als hij alleen maar in ons eten spuugt. Voor de zekerheid loop ik even naar het toilet, me afvragend hoe groot het bloedbad is dat ik bij terugkomst aan zal treffen.

