Laatst ving ik een gesprek op tussen twee jonge vrouwen. Het ging over taalgebruik in het algemeen en dat van tieners in het bijzonder. De eerste maakte zich vooral druk om het grenzeloos gebruik van woorden die vaak in de verkeerde context geplaatst zijn. Denk aan het -en ik citeer- “onbeperkt en random gebruik van woorden als letterlijk of oprecht, waar vooral van die cringy youtubers zich schuldig aan maken”.
De ander ergerde zich -ik citeer- “oprecht aan het onnodig gebruik van Engelse woorden en dat de uitspraak dan letterlijk met een Nederlands accent is.” De door mij ingeschatte leeftijden van beide dames bevestigden het feit dat ze zelf net de puberleeftijd ontstegen en daarmee het actuele puberidioom slechts deels ontgroeid waren. En dat ze niet goed naar elkaar luisterden, aangezien ze elkaar bemoedigend bleven aanknikken.
“Aanknikken” is een door mij persoonlijk aangedragen woord ter verrijking van de Nederlandse taal. Het is meer dan een contaminatie van ja-knikken en aankijken, want het betekent vooral dat je niet hoort noch geïnteresseerd bent in wat de ander eigenlijk precies zegt. Dit woord schoot mij te binnen tijdens een van mijn sessies bij de psycholoog. En dat deed me weer terugdenken aan een weinig succesvolle versierpoging in de kroeg van lang geleden. Ik voelde me in beide gevallen ontzettend aangeknikt.
Eerlijk gezegd was ik blij verrast dat taalgebruik blijkbaar nog steeds een discussiepunt kan zijn tussen jongeren. Als ik in de bus zit en het gesprek tussen een paar willekeurige scholieren probeer te volgen ben ik meestal binnen drie zinnen de draad kwijt, denk ik dat ze elkaar uitschelden terwijl ze in lachen uitbarsten of heb ik het idee dat ze gelijkgestemden zijn tot de ene zijn vuist in de oogkas van de ander plant. Al generaties lang delen pubers binnensmonds hun geheimtaal met elkaar. Dat er veelvuldig gestrooid wordt met woorden en Engelstalige begrippen, die helemaal niet van toepassing lijken op het onderwerp, maakt het er niet makkelijker op.
Maar nu klink ik als een oude lul, want dat hoort natuurlijk ook bij de evolutie van taal. Sommige woorden sterven bij een volgende generatie, gelukkig, weer uit. Andere blijven behouden en vinden uiteindelijk misschien zelfs een plekje in de Dikke Van Dale.
Die twee van ons zijn voorlopig nog geen tieners, maar de eerste trekjes zijn al zichtbaar. Mijn Engelse uitspraak wordt door Loek structureel gecorrigeerd en Lise heeft met haar zevenjarige vriendinnetjes ook al een soort van pre-pubertaal ontwikkeld: deels Engels, deels onverstaanbaar en in het geheel niet gehinderd door enige context.
