Uit een vorig leven…
Zwetend op de achterbank, buiten is alles donker, alleen waar de koplampen schijnen is een verblindend wit.

De oorlog tussen Rusland en Oekraïne was nog ver weg. Het leek me wel een leuk tripje, voor de afwisseling eens niet naar Göteborg of Kopenhagen. Een keer geen Schnitzels eten in München of Salzburg. Geen Mediterraanse steden, geen Praags bier. Ik had de klant zelfstandig binnen gehengeld, dus ik vond het ook mijn taak om de lokale markt met eigen ogen te bekijken.
De importeur was blij verrast toen ik ergens half december belde met de vraag of ik een paar dagen langs kon komen want, zo zei hij, ze hadden het in die periode toch rustig. Ik plande mijn reis voor begin januari. Voor verrassend weinig geld boekte ik een vliegreis en een goed hotel. Mooi begin van het nieuwe jaar. Niet meteen weer dagenlang op kantoor rondhangen, maar lekker het veld in. Hoewel ze tientallen leveranciers hadden, kon ik de dagen precies indelen zoals ik het wilde. Blijkbaar had de importeur geen andere bezoekers gepland.
De reis liep voorspoedig. Ik had een erg vroege vlucht. Weinig drukte, vliegtuig slechts voor een kwart gevuld. Op buienradar zag ik dat er ter plaatse erg veel neerslag viel. Het was al een tijdje bezig en zou nog de hele ochtend doorgaan. Ik sliep tijdens de vlucht en werd pas na de landing wakker.
Ik liep de aankomsthal uit. Tot mijn knieën in de sneeuw – ik was er per abuis van uitgegaan dat de neerslag regen betrof – baande ik me een weg naar de taxiplaats. Een onguur type opende de kofferbak van zijn taxi en gebaarde mij dat ik bij hem plaats mocht nemen. Ik gaf hem mijn koffertje en ging snel zitten. De chauffeur nam nog snel een paar flinke hijsen van zijn sigaret, schoot hem vervolgens met een mooie boog een paar meter verder de sneeuw in, wreef zijn handen warm en ging achter het stuur zitten. Waar hij meteen een nieuwe sigaret opstak.
‘Welcome to Saint-Petersburg, Mister. First day snow this winter,’ zei hij, ‘you lucky guy, no?’ Hij lachte vriendelijk, maar het kon ook lullig bedoeld zijn. ‘No worry Mister, I like drive in snow,’ vervolgde hij toen hij mijn verontruste blik zag.
De 40 minuten die volgden behoorden tot de angstigste uit mijn leven. Helse G-krachten drukten me in de zitting van de achterbank. Ik was niet voor niets nooit geïnteresseerd geweest in het vak van astronaut of Formule 1 coureur. De chauffeur keek me door de achteruitkijkspiegel aan, de blik in zijn ogen verraadde een combinatie van immens plezier en absurde gestoordheid. Het was me onduidelijk of we op de snelweg reden of ergens in een polder. Ik zag alleen flarden sneeuw, soms een koplamp van een ander voertuig en af en toe het flauwe licht van een lantaarnpaal. Het voelde alsof we op ijs reden, geen enkele grip op de weg, aan een stuk door slippend en driftend. Duizelig en steeds misselijker onderging ik de rit, tot we abrupt snelheid minderden en het buiten ineens lichter werd. Het bleek kunstlicht te zijn, deels straatverlichting en deels gekleurde reclame- en gevelverlichting met onleesbare Russische woorden. We stonden voor een verkeerslicht. Enorme sneeuwhopen hadden de straat in een groot wit tapijt veranderd. Geen strepen of stoepranden te herkennen.

Het was nog vroeg in de ochtend en er was niemand buiten. Enkele auto’s, vooral taxi’s, reden stapvoets door het stadscentrum. Voor een hotel – ik hoopte maar dat dit het hotel was waarvan ik de chauffeur de naam op een papiertje had gegeven – stopten we.
In de lobby van het hotel was het stil. Aan de balie zat een meisje half slapend achter een monitor. Ze keek me even verbaasd aan, zag dat ik een gast was en verwelkomde me in het Engels. Ze noemde me tot mijn verbazing bij mijn naam en gaf me de sleutel van de kamer. ‘You are the only arriving guest today,’ verduidelijkte ze. ‘Very few people in the hotel, no tourists, no business men, not this time of year…’
Het zou voorlopig niet stoppen met sneeuwen. Ik zag in mijn inbox een berichtje van de importeur binnen komen. Door de vele sneeuw was vervoer erg lastig en moesten we de afspraken wat verder buiten de stad helaas afzeggen. We zouden alleen de lokale klanten kunnen bezoeken. De volgende keer toch beter in de lente of zomer naar Sint-Petersburg komen, was zijn advies. ‘En bedankt voor de tip,’ zei ik hardop. Er was niemand die me hoorde. Het beloofde een paar saaie dagen te gaan worden.
Ik zette de kraag van mijn jas omhoog en liep naar buiten om een frisse neus te halen in de hoop dat de laatste misselijkheid van de taxirit daarmee op zou lossen. Het was nog donker en dat zou het nog wel een tijdje blijven. Onder de overkapping van de entree ging ik op de een bankje zitten. De koude vrieswind prikte door mijn broek op mijn benen. Ik tuurde door de razende sneeuw, maar ik kon niks onderscheiden. Nadat mijn ogen gewend raakten aan de witte striemen maakte een donkere vorm van een auto, of nee het was een taxi, zich los uit de achtergrond. Naast de auto zag ik een rood puntje oplichten. Toen pas zag ik de chauffeur naast de taxi staan, een trekje nemend van zijn sigaret. Hij zwaaide.
‘Hey Mister, you want to do sightseeing?’ riep hij me toe. Ik vluchtte terug naar binnen.
