Het vaste recept: Muffin loopt een paar meter voor me, ik sjok er doelloos achter aan. Ik houd mezelf voor dat ik de hond uitlaat, maar weet dondersgoed dat zij de leiding heeft. De route wordt bepaald door alle geurtjes die interessant genoeg zijn om een natte neus in te steken. Na een poos komen we aan bij een grote plas, langs de oever loopt een verhard wandelpad.
Het is een frisse lenteochtend, de lucht lijkt meer zuurstof te bevatten dan op andere dagen. Ik krijg er energie van en heb zin om deze week eens iets te ondernemen. Niet iets heel actiefs maar gewoon even een andere omgeving, beetje cultuur snuiven of zo, iets voor mezelf. Ik heb de afgelopen wintermaanden te veel tijd doorgebracht op plaatsen waar ik niet wilde zijn. Zoals van die binnenspeeltuinen, grote hallen waar kinderen, als ze geen friet en snacks naar binnen aan het werken zijn, vooral veel krijsen en janken. Af en toe spelen ze ook. Maar ja, alles voor de kinderen… De inspiratie wil niet komen, het lukt me niet om iets te bedenken wat ik kan gaan doen.
Muffin volgt het pad. We gaan maar langzaam vooruit want ze houdt om de twee meter een uitgebreide snuffelpauze. De ene keer wordt ze verleid door de geur van een achtergelaten chipszakje, de andere keer trekt een slijmerige groene klodder eendenpoep haar aandacht.
Ik laat me aan de riem verder meevoeren en verdwaal in mijn gedachten. Ik heb al drie keer goedemorgen gezegd, voordat ik besef dat ik steeds dezelfde rondjes rennende hardloper begroet. Ik zet de repeatfunctie van spotify uit, omdat ik al 20 minuten naar hetzelfde liedje luister. Een koppeltje meerkoeten is druk in de weer met hun nestje, dat balanceert op de bladeren van twee naast elkaar drijvende waterlelies. Ze stampen met hun pootjes de takjes op hun plek. Het water spettert in hun oogjes. Misschien dat ze daarom zo rood zijn. Ik lees de tekst op een waarschuwingsbordje: “Pas op voor het zwanennest”, maar het komt eigenlijk niet binnen. Een reiger staat op één poot roerloos aan de waterkant. Wat moet de dag lang duren voor zo’n vogel. Op welk moment zou hij besluiten van poot te wisselen? Muffin wacht het niet af en trekt me weer een paar meter vooruit en verdwijnt met haar kop in een dicht rietveld.
Muffin deinst piepend terug en ik schrik me een ongeluk van de zwaan die met een dikke opgeblazen nek uit het riet stormt. Blazend en sissend als een giftige monsterslang beschermt ze het nest met eieren dat ik nu door het riet zie liggen. Jezus, wat is zo’n beest groot van dichtbij. En angstaanjagend. Een meter of tien bij ons vandaan zie ik het bijbehorende mannetje aan komen zwemmen, met een nog dikkere nek en minstens zo hard blazend. Muffin trekt me paniekerig mee.
Tijdens het wegrennen weet ik het ineens; misschien een bezoekje aan het Rijksmuseum?

