‘Wat doe je ‘m aan? Met deze hitte…’
Uit het niets begint hij te praten. Alsof ik hem regelmatig spreek en we de draad gezellig weer oppikken. Ik kan me echter niet herinneren hem ooit eerder tegen het lijf te zijn gelopen. In mijn hoofd probeer ik een antwoord te formuleren, dat honden toch ook moeten poepen en plassen, ook al staat de wereld in de fik. Maar de man heeft helemaal geen antwoord nodig: ‘…En eerlijk gezegd, die hond van jou is veel te dik, zoals zoveel honden die ik tegenkom. Vooral die labradors en golden retrievers, allemaal veel te dik. Krijgen de hele dag te veel te vreten, en wat te denken van al die tussendoortjes, en maar aandacht vragen, met die blije kop van ze, maar een beetje discipline bijbrengen, ho maar, daar heeft het baasje geen zin in. Te veel moeite zeker. Als het baasje geen discipline heeft, hoe moet de hond het dan wel leren? Ga een keer fietsen en laat die beesten mee rennen, dan vliegen de kilo’s eraf. Moet altijd om jullie soort lachen, maar dan uit medelijden. Niks persoonlijks hoor, maar dat meen ik oprecht. Schuld ligt bij het baasje. Mijn hond heeft nooit last vast overgewicht. Barst van de discipline. Eén brok discipline! Zo heet ie ook: “Dissiplin”. Zo zeg je dat op zijn Engels. En rennen dat ie doet, niet bij te houden.’
Zijn toon is niet eens agressief, eerder onbeholpen.
Ik kijk naar Dissiplin. Staart tussen de poten, kromme rug, zijn ribben duidelijk zichtbaar en rillend terwijl het 30 graden Celsius is. Hij kijkt me onzeker en nerveus, haast verontschuldigend, aan. Heb het altijd aandoenlijke honden gevonden, die hazewinden.
Dissiplin is in alles het tegenovergestelde van zijn baas.
De man is eindelijk even stil, in afwachting van een reactie. Ik kan mijn ogen niet afhouden van zijn buik ter hoogte van zijn navel. Daar wordt de rek van zijn overhemd tot het uiterste getest. Zoals een sexy decolleté van een mooie vrouw je ogen naar beneden lokt, zo ook de knoopjes van zijn hemd. Als het kleine gezichtjes waren, zouden ze stuk voor stuk rood aanlopen van de krachtsinspanning. Met de nodige moeite lukt het me toch om hem aan te kijken. Ik wil iets zeggen, niets agressiefs, niets persoonlijks, maar gewoon iets over discipline en afvallen. Ik besluit toch maar mijn mond te houden. Zijn houding is inmiddels nogal ongemakkelijk. Deels door mijn zwijgen, deels omdat hij zich ineens pijnlijk bewust is van zijn eigen lichaam.
Ik strek mijn arm uit naar Dissiplin, hij ruikt aan mijn hand en ontvangt dankbaar een aai over zijn bol. Voor Muffin duurt het allemaal te lang en ze trekt aan de riem. Onder de brandende zon slenteren we weg op zoek naar wat schaduw. De man mompelt ons nog iets onverstaanbaars na.
‘Brave hond,’ zeg ik tegen Muffin, ‘jij hebt wel iets lekkers verdiend.’

