Schooluitje

Hoe ben ik hier beland? Ik probeer afstand te nemen, alsof ik alleen maar toekijk. In werkelijkheid zit ik er middenin, letterlijk.

Het lijkt al lang geleden, vanochtend kwart voor negen. Ik word omringd door zes dolenthousiaste kinderen. Op het schoolplein staan enkele andere ouders verspreid, met ieder hun eigen groepje springende energiebommetjes.

De schoolleiding heeft de groepjes zo ingedeeld, dat iedere hulpouder vandaag zijn eigen kind of kinderen in het groepje heeft. Vier van de zes kinderen in mijn groepje ken ik al. Naast Loek en Lise zijn dat Bobbie en Vera, klasgenootjes van Lise. De andere twee gaan pas sinds kort naar school, vers van het kinderdagverblijf. Een rustig jongetje met de naam Davyd en een dromerig meisje, Elsje. De heenreis in de bus gaat verbazingwekkend goed, hoewel de kinderen opgewonden en druk zijn, gedragen ze zich lief. Davyd is naast me komen zitten. Ik probeer een praatje met hem te maken, maar hij zegt niks terug.

Ik was toch wat gespannen vanochtend en ben opgelucht dat we op weg zijn. Het is de eerste keer dat ik me opgegeven heb voor een schoolactiviteit. Fysiek voel ik me goed, maar ik ben nog onzeker over mijn mentale weerbaarheid. De behandelingen hebben hun tol geëist, maar ik wil me op deze manier weer eens nuttig maken. Geen betere test dan een dagje op pad met een buslading uitgelaten kinderen.

Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming – een eeuwig brandende hel vermomd als kinderboerderij – gaat het al snel mis. Na binnenkomst probeer ik de aandacht van mijn groepje kinderen te krijgen. Ik tel er slechts vijf. Davyd ontbreekt. In de verte zie ik hem al tussen de geiten lopen, geen idee hoe hij daar zo snel gekomen is. Als ik hem wil gaan halen roept Lise me na: ‘Davyd kan geen Nederlands, hij komt uit Oekraïne’. Aha, dat verklaart meteen mijn eenzijdige dialoog zojuist in de bus. ‘Blijven jullie maar even hier wachten, dan haal ik Davyd’ roep ik terwijl ik doorloop. Ik zie nog net hoe Elsje van het groepje weg huppelt, precies de andere kant op.

Als ik bij Davyd aankom heeft hij al acht geiten vrijgelaten. Tevreden houdt hij het poortje open en kijkt naar de dieren die in polonaise het geitenveld verlaten. Blijkbaar hebben de kinderboerderijen in Oekraïne geen hokken. Ik trek hem weg bij het poortje en probeer wanhopig de geiten terug te leiden naar het veldje.

Een half uur later, terug bij mijn groepje, bezweet. Ik heb een uitbrander gekregen van een van de dierenverzorgers en ben het eigenlijk al beu. Waar ben ik in godsnaam aan begonnen. Ik leg nog maar eens uit dat de dieren echt in hun eigen hokjes moeten blijven, behalve de kippen, die mogen overal vrij rondlopen. ‘Aaaaah!’ schreeuwt Vera ineens. ‘Vera is bang voor kippen’, zegt Lise in antwoord op mijn verbaasde blik. Lise weet gelukkig altijd wat er speelt.

Met Vera op mijn schouders ga ik op zoek naar Davyd, die alweer de hort op is, en Elsje, die ik niet meer heb gezien sinds het geitenincident. Een andere hulpouder vertelt me dat ze haar gezien heeft bij de alpaca’s.

Een paar minuten later. Elsje rent achter een alpacaveulentje aan en roept ‘Joenikoren knuffelen!’ Eenhoorns en alpaca’s, één pot nat. De alpaca’s houden echter niet van knuffelen. En ook niet van geschreeuw en rennende kinderen. Er ontstaat een onrustig sfeertje in de kudde. Maar er is geen houden aan. In navolging van Elsje rennen tientallen kinderen de weide in op jacht naar een levend knuffeldier. Davyd houdt het hek voor ze open.

Ik til Vera van mijn schouders af, er lopen geen kippen in de alpacaweide. Ik plof neer in het gras. Nog tweeënhalf uur, dan mogen we weer naar de bus. Ik blijf hier maar even zitten…

,