Striemende regen beperkt het zicht. Druppels stromen in een horizontale lijn van links naar rechts over de voorruit. De zwaartekracht maakt nauwelijks kans tegen de hevige wind. Ongeduldig tuur ik naar het verkeerslicht. De dagelijkse ochtendstress neemt mijn lichaam weer over. Ik voel enorme druk, maar ik weet niet precies waarom. Sporten, boodschappen doen, strijken, hond uitlaten en vast nog veel meer. Niet alles moet vandaag, morgen weer een dag, maar ik krijg het simpelweg niet op een rijtje. Het stormachtige herfstweer creëert alleen maar meer onrust in mijn hoofd. Bladeren, nat van de regen, waaien op de voorruit, blijven onder de ruitenwissers plakken. De harde wind schudt de auto heen en weer.
Groen! Ik geef onnodig veel gas en sla rechtsaf de parkeerplaats van de sportschool op. Een scooter die ik over het hoofd zie moet vol op de rem. ‘Sorry…’ mompel ik in mezelf. Ik krijg een opgestoken middelvinger als antwoord. Ik wil vroeg beginnen zodat ik ook weer vlug klaar ben. Slordig, schuin maar net binnen de witte lijnen van het daarvoor bedoelde vak, parkeer ik de auto. Ik doe mijn oortjes alvast in, zoek op mijn iPhone de juiste Spotify playlist en gris mijn rugzak van de bijrijdersstoel.
Ik gooi de autodeur open, maar houd geen rekening met de harde wind. Mijn elleboog stoot hard tegen het weer dichtslaande portier. ‘Au! Verdomme…’ schreeuw ik tegen de achteruitkijkspiegel. Ik schrik van de vragende ogen van Lise, die me in spiegelbeeld aankijken. ‘Pap, waarom stop je hier?’
Kut! De kinderen moeten naar school. Lise kan haar ongerustheid niet verbergen. ‘Komen we nu te laat?’ vraagt ze voorzichtig terwijl ik vloekend probeer mijn gordel weer vast te krijgen. Tranen wellen op in haar ogen. ‘Sorry meisje, dit is papa’s schuld, ik leg het wel uit aan de juffrouw’, probeer ik haar gerust te stellen.
Aan de andere zijde van de achterbank kijkt Loek op van zijn tablet, koptelefoon over zijn oren, en staart dromerig naar buiten. Hij heeft niet eens in de gaten dat we de verkeerde kant op gereden zijn. Het zal hem sowieso worst wezen of we vandaag wel of niet bij school aankomen. Hij blijft niets liever dan ondergedompeld in zijn eigen veilige digitale wereld.
Ik benijd hem. Wat een genot moet het zijn om de buitenwereld te kunnen laten voor wat het is. Soms verbeeld ik me dat mijn lichaam niet uit moleculen is opgebouwd, maar uit pixels. Dat alles en iedereen, de hele verdomde fucking wereld, bestaat uit pixels. En dat ik met een druk op de knop, te midden van de chaos, alles op pauze kan zetten.

