Klimop

‘Dit is de Hedera hibernica’. De zware stem van buurman Fred weerkaatst vol trots tussen de muren van onze woningen. ‘Er zijn vele soorten Hedera, maar dit is de snelstgroeiende, dus mijn kant van de schutting is nog voor het begin van de zomer helemaal begroeid.’

De nieuwe scheiding van onze tuinen is naar mijn mening juist mooi in zijn eenvoud en straalt rust uit door het grafische lijnenspel van de houten planken. Maar ik vind het prima, hij mag doen wat hij wil, zolang het aan zijn kant is.

Dat was een jaar of 6 geleden. Inmiddels besteed ik een paar weekenddagen per jaar aan het snoeien van de onwaarschijnlijk snelgroeiende Hedera hibernica van de buurman. De schutting is niet veilig voor dit allesverslindende monster, dat zich niet laat tegenhouden door een paar planken. Elk spleetje, elk gaatje, zo klein dat je het met het blote oog niet ziet, de klimop weet het te vinden, wurmt zich erdoor en hecht zich als een parasiet aan het hout. Het hout aan onze zijde welteverstaan…

Vandaag heb ik de snoeischaar weer met tegenzin uit de schuur opgedoken. Bij elk knip komt er een wolk wit stof vrij. Als poedersuiker verwaait het in de wind en in mijn gezicht. Ai, mijn veiligheidsbril vergeten, denk ik als het al te laat is. Met jeukende huid en prikkende, tranende ogen blijf ik stug snoeien. ‘Saponine’, wist mijn buurman te vertellen, ‘ja, dat kan flink irriteren als je er gevoelig voor bent.’

Het klusje neemt meer tijd in beslag dan gedacht, de klimop lijkt dit jaar voller dan anders. Mijn ongeduld laat lelijke sporen achter op het hout doordat ik de stengels lostrek. Ik kom er niet doorheen. Zweet staat in mijn nek door het geniepig schijnend zonnetje, dat op mijn huid prikt. Het duurt me te lang. Ik moet de vaatwasser ook nog leegruimen en hapjes en wijn halen voor vanavond, de schuur opruimen en dan nog goed douchen om me te ontdoen van de jeuk op mijn armen en de irritatie op en in mijn hoofd.

De Hedera geeft geen krimp, integendeel, nieuwe stengels lijken voor mijn ogen een acute groeispurt door te maken en nemen samen een groteske vorm aan. Het monster wikkelt zijn verse tentakels om mijn armen en trekt me tussen het groen tegen de schutting. Kieren, die er net nog niet waren, verwijden zich om de plant alle ruimte te geven. Het hout kraakt en piept, de bladeren ritselen alsof ze me fluisterend belachelijk maken. Ik verdwaal in de nieuw ontstane jungle en heb het gevoel dat tientallen slangen me in een wurggreep nemen. Ademhalen gaat moeizaam. Ik heb het heet, zweet doorweekt mijn shirt, mijn ogen branden, duizelingen in mijn hoofd…

…Ik geef me over en voel berusting in de verstikking. Langzaam wordt alles wazig. Even mijn ogen dicht, even geen gedoe…

Een poes wekt me door het geven van kopjes aan mijn voeten. Het duurt even voor de zwaarte in mijn hoofd vervaagt. Ik zit onderuitgezakt in een tuinstoel, midden in de zon en badend in het zweet. De snoeischaar is uit mijn hand geglipt en ligt doelloos naast mijn voeten op de grond. Mijn aandacht wordt naar onze schutting getrokken. Uitdagend en provocerend felgroen glimt de klimop in de zon tegen het bruine hout, zijn blaadjes wuiven me vriendelijk toe.

Met een zucht sta ik op en pak de schaar van de grond. Ik knip een lange stengel door en trek hem los van de schutting. Een mist van stof dwarrelt over me heen.

Fuck, mijn bril vergeten…

,